Zeven
De rotor-geometrie bepaalt in belangrijke mate de zeefgeometrie en haar hydrodynamische weerstand. Hoe dikker de zeef en hoe kleiner de boring des te groter wordt hydrodynamische weerstand. Daardoor ontstaat een grote wrijving tussen rotor en zeef met het bijhorende rasp-effect.
De meeste rotorgeometrieën duwen de stof door de zeef. Dus zijn dikke zeven met kleiner boorpatroon nodig (= grote stromingsweerstand en lage consistentie). De EKO-Rotoren hebben een hoge centrifugale efficiënte: ze jagen de stof over de zeef. Dus dunnere zeven met grotere gaten worden mogelijk (geringe stromingsweerstand en hogere consistentie.
Daarenboven kan de afstand zeef-EKO-Rotor kan verhoogd tot 7 à 10mm = geringere wrijving tussen zeef en rotor.
Ter overweging
Alleen ronde gaten hebben zin: de omtrek van elke zeefperforatie kan beschouwd worden als een snijkant. En die snijkanten zullen plastic afval en onopgelost papier versnipperen: de figuur met de geringste omtrek (of snijkant) per eenheid oppervlakte is de cirkel.
Meer nog: uit welke richting de stof komt aangestroomd, steeds ziet ze een zelfde figuur voor zich.
En dat is bij exotische zeven totaal niet het geval..
Idem voor andere exotische vormen